Versoepeling arboregels ondanks 4.100 sterfgevallen  

Werkgevers ervaren teveel regels en dus lijken plannen om de schriftelijke RI&E voor kleine werkgevers te schrappen goed nieuws, evenals afschaffen van toetsing door externe deskundigen en terugdringen van regels voor registratie van gevaarlijke stoffen. Maar arbo-deskundige Kitty Jong van de FNV vindt “het regeldrukverhaal totale flauwekul”. Volgens haar leggen drie aangenomen moties in november 2024 een bom onder het arbobeleid.   
 
De moties 505, 506 en 508, die op 6 november 2024 zijn aangenomen door de Tweede Kamer, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Werkgevers worden gek van alle regels en verplichtingen en moeten zo snel mogelijk uit hun lijden worden verlost, vinden de VVD-politici André Flach, Arend Kisteman en Henk Vermeer. Met hun moties hebben zij de daad bij het woord gevoegd. Naast de motie die vrijstelling moet regelen voor het opstellen van de verplichte Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E), roept een andere motie op om nog maximaal één arbo-specialist (in plaats van drie) deze risicoanalyse te laten beoordelen. Motie nummer drie moet ervoor zorgen dat het aantal regels voor registratie van gevaarlijke stoffen flink wordt ingeperkt.  
 
Werkgevers hebben meer dan ooit behoefte aan minder regels en met de moties worden zij op hun wenken bediend. Maar wat gaat dit betekenen voor werknemers? Dat is de grote vraag. De vakbonden FNV, CNV en VCP nemen “met zeer grote zorg” kennis van de huidige plannen voor versoepeling van de arboregels, die volgens hen het begin inluiden van ontmanteling van de Arbowet. Volgens de bonden zal meer zelfregulering (door werkgevers) leiden tot “aantoonbaar onveiligere en ongezondere werkvloeren” en een onacceptabel aantal (dodelijke) slachtoffers. In een brief aan Jurgen Nobel, staatssecretaris voor Participatie & Integratie, hebben zij hun bezwaren kenbaar gemaakt.   
 
Zero death-manifest 
De kille cijfers lijken door geen van de betrokken partijen te worden betwist. Jaarlijks sterven zo’n 4.100 mensen in Nederland door een beroepsziekte. De meerderheid hiervan, bijna 3.000 mensen, gaat dood aan kanker door blootstelling aan gevaarlijke stoffen zoals chroom-6 en asbest of overlijdt aan de schildersziekte OPS (Organo Psycho Syndroom). Zo’n 80 procent van de overledenen zijn gepensioneerden.  
 
Nog meer alarmerende (en welbekende) cijfers. Elk jaar overlijden zo’n 60 mensen door een ongeluk op het werk. Jaarlijks zo’n 200.000 werknemers kunnen het ongeluk wel navertellen maar houden (blijvende) schade over. Daarnaast telt Nederland 300.000 mensen met een beroepsziekte, elk jaar weer. Slechte arbeidsomstandigheden zijn – na roken en overgewicht – de belangrijkste oorzaak van verloren gezonde levensjaren.  
 
“Extreem zorgelijke cijfers,” volgens Kitty Jong, portefeuillehouder voor arbozaken bij FNV en kandidaat-voorzitter in het nieuwe FNV-bestuur. Volgens Jong was Nederland tot enkele jaren geleden goed bezig met arbeidsomstandighedenbeleid. Minister Carien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ondertekende in december 2022 het zero death-manifest, dat Nederland verplicht stelde om zich in te spannen om het aantal sterfgevallen te verminderen.  
De ambitieuze doelstellingen werden ook geformuleerd in de Arbovisie 2040. De intentie -elke dode of zieke door werk is er één te veel – was lovenswaardig volgens Jong. Zij vreest dat de aangegane verplichtingen allemaal weer worden teruggedraaid als de genoemde moties worden uitgevoerd. Jong: “De moties leggen een bom onder het arbeidsomstandighedenbeleid en laten vooral zien dat een groot deel van de Tweede Kamer de achtergrond van deze regels niet scherp op het netvlies heeft. Wij vermoeden dat de indieners de consequenties van deze maatregelen voor de veiligheid en gezondheid van werknemers niet overzien.”  
 
Ingewikkelde aansprakelijkheid 
VNO-NCW en MKB Nederland voeren ondertussen een verbeten kruistocht tegen de doorgeslagen regeldruk, die volgens hen de concurrentiepositie van veel bedrijven ondermijnt. Het rapport ‘Beter Geregeld’, opgesteld in augustus 2024, benoemt de tien belangrijkste knelpunten die ondernemers ervaren. Volgens het rapport moeten bedrijven zich houden aan gemiddeld 71 tot 93 wettelijke verplichtingen. Regeldruk kost tijd en geld en zet een enorme rem op ondernemerschap en innovatie. Ongeveer twee derde van de ‘regeldrukkosten’ gaat op aan externe adviseurs. Al met al zijn de vele regels ‘disproportioneel’, ‘moeilijk uitvoerbaar’, ‘duur’ en ‘niet effectief’.  
 
Het uitvoeren van de verplichte RI&E is een van de grootste ergernissen van werkgevers. VNO-NCW en MKB Nederland willen de verplichte toetsing afschaffen, met name voor werkgevers met maximaal 25 werknemers, of aanzienlijk vereenvoudigen. Ook de toetsing door externe deskundigen moet onder het mes. Een mogelijke verbetering is het beperken van de toetsing tot één kerndeskundige (in plaats van drie). Daarnaast moet er vrijstelling komen voor bedrijven met een laag verzuim. MKB Nederland wil dat de Nederlands overheid stopt met strengere regels bovenop EU-regels. Uit het rapport: “Nederland is de enige EU-lidstaat met een verplichte externe toetsing van de RI&E. Dit kost het bedrijfsleven naar schatting meer dan 500 miljoen euro per jaar.” 
 
Kitty Jong noemt de ambities vanuit de werkgeversclubs “een hellend vlak” hoewel zij niet alle werkgevers over één kam wil scheren. Jong: “Velen doen het goed. Veel anderen hebben helemaal niet het beste met hun personeel voor. De cijfers liegen niet. Vooral in slachterijen, de industrie, distributiecentra, de transportsector en de zorg zien we hoge gezondheidsrisico’s en te weinig preventie. Hoe flexibeler je contract, hoe onveiliger je bent als werknemer. En de overheid laat het gebeuren. Bedrijven komen ermee weg als ze de RI&E niet invullen en worden gedoogd als ze geen verplichte Ondernemingsraad instellen. De regels voor aansprakelijkheid van werkgevers zijn zo ingewikkeld gemaakt dat het vrijwel onmogelijk is voor zieke werknemers om hun gelijk te halen.” 
 
De afgelopen decennia heeft de overheid veel teveel aan bedrijven overgelaten, stelt Jong: “Wouter Koolmees en daarna Carien van Gennip hebben gezegd: tot hier en niet verder. Vooral de VVD wil dat met veel geklaag weer terugdraaien: ‘Jongens, help ons! Denk aan de regeldruk! Denk aan het vestigingsklimaat!’ Wij zeggen: denk aan die 4.100 sterfgevallen. Neem de RI&E serieus! Welke gevaarlijke stoffen? Welke risico’s? Kleine werkgevers kunnen zich organiseren in een branche-RI&E. Grotere werkgevers moeten in gesprek blijven met werknemers, risico’s in kaart brengen en toezicht houden op de werkvloer. Met camera’s? Nee, niet met camera’s. Dat is absoluut verwerpelijk.”  

Tekst Ton Verheijen, beeld Ron de Haer (tekening) en Shutterstock (foto). 

Toetsing RI&E 

De vakbonden FNV, CNV en VCP zijn bang dat de genoemde moties in dit artikel tot grote problemen gaan leiden op de werkvloer. Als de moties worden uitgevoerd, dan mag bijvoorbeeld een arbeids- en organisatiedeskundige, specialist in psychosociale arbeidsbelasting, alle arbeidsrisico’s gaan toetsen en hierover adviseren, dus ook risico’s die te maken hebben met gevaarlijke stoffen. Andersom mogen deskundigen op het gebied van asbest en chroom-6  goedbedoelde adviezen gaan geven over grensoverschrijdend gedrag en psychische problemen. Dat is gekkenwerk. Arbeidsrisico’s zullen te allen tijde beoordeeld moeten worden door de juiste deskundigen en in sommige gevallen betekent dit inderdaad, zoals de vakbonden in een brief aan de staatssecretaris betogen, dat er meerdere deskundigen betrokken moeten worden bij de (toetsing van de) RI&E. De klacht vanuit werkgeverskant dat nu elke werkgever verplicht is om de RI&E te laten toetsen door drie deskundigen, klopt volgens de vakbonden niet. Kleine werkgevers met maximaal 25 werknemers, die gebruikmaken van een branche-RI&E, hoeven de RI&E zelfs helemaal niet te laten toetsen. 

Gevaarlijke stoffen: preventie is key 
 
Ziekmakend en onveilig werk kost de samenleving 8 tot 25 miljard euro per jaar volgens berekeningen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Preventie, het voorkomen van ongelukken en ziektes, is de belangrijkste sleutel voor werkgevers.  
 
Waarom stel ik mijn werknemers bloot aan kankerverwekkende stoffen? Waarom gebruik ik dit product, in plaats van een veiliger alternatief? Deze vragen worden te vaak niet gesteld door werkgevers in het mkb, volgens arbodeskundige Kitty Jong van FNV. Jong: “In oplossingen wordt te vaak niet gedacht, terwijl die er wel zijn. Allereerst: vervanging door een minder gevaarlijk product waarvoor geen registratieplicht geldt. Dat geeft minder regeldruk en is veiliger voor de werknemer. Ten tweede: investeren in het ontsluiten van informatie. Een goed voorbeeld is de Schadelijke Stoffen Assistent voor de installatie- en isolatiebranche, bouw en infra.” 
 
Werkgevers die het zichzelf gemakkelijk willen maken, kunnen producten kiezen die door leveranciers zijn aangemeld in de Schadelijke Stoffen Assistent. Zij kunnen erop rekenen dat de database up to date is. De vakbonden wijzen verder op een Europese richtlijn ter bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene, mutagene of reprotoxische stoffen op het werk. De aard, mate en duur van blootstelling  moet altijd worden bijgehouden op een lijst en werknemers hebben inzage in deze lijst.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *