‘Ik kan de deur goed achter me dichttrekken’

Na een carrière als zeeman, winkeleigenaar, restauranthouder en redacteur zette Sam Sanders bijna een kwart eeuw geleden het vaktijdschrift Interieurbouw in de steigers. Nu neemt hij afscheid als hoofdredacteur van deze zeer succesvolle titel, die nog niets aan kracht en impact heeft ingeboet. Stilzitten past echter niet in het straatje van de geboren ondernemer.
‘Ik kan de deur goed achter me dichttrekken’‘Ik kan de deur goed achter me dichttrekken’‘Ik kan de deur goed achter me dichttrekken’


Met welk gevoel neem je afscheid als hoofdredacteur van Interieurbouw?

“Ik ben zeeman geweest en kan daardoor heel goed de deur achter me dichttrekken en me focussen op wat er is, en niet op wat er niet meer is. Bovendien heb ik ’t directe contact met de markt langzaam afgebouwd. Het niet doorgaan van de beurzen dit jaar hielp daar wel bij.”

Heb je de functie van hoofdredacteur als leuk ervaren?

“Ik vond mijn job als hoofdredacteur niet per se leuk. ’t Allerleukste is ’s morgens op pad gaan, met een vakman over zijn vak praten en ’s middags je stukje tikken. In 1990 had ik een groothandel in speciale lampen voor bakkers en slagers (winkelinrichting!) en las toevallig in een regionale krant een klein advertentietje van een vakbladenuitgever die een ‘technisch redacteur’ zocht. Ik heb naast mijn opleiding als redacteur een technische opleiding, kon het er wel bij hebben en het leek me leuk. Toen ik bij de uitgever aankwam op gesprek stormde er iemand naar buiten met rook uit zijn oren die in zijn auto sprong en met piepende banden weg scheurde. De uitgever viel met de deur in huis: hij had zojuist een hoofdredacteur op staande voet ontslagen, of ik even kon invallen. Dat was meteen het einde van de groothandel en dus het begin van mijn carrière als redacteur. Bij Sign & Display was ik de enige redacteur, met wat freelancers. Dat was bij Instore en Exposant ook zo, en dus ook bij de start van Interieurbouw. En als enige ben je automatisch ‘hoofd’.”


Cover van de eerste editie van Interieurbouw.

Wat heeft je een kleine 23 jaar geleden bewogen om de succesvolle titel Interieurbouw te starten?

“Als hoofdredacteur van Instore, een vakblad over winkelinrichting, kreeg ik destijds de vraag van relaties waarom er eigenlijk geen vakblad voor winkelinrichters was. Toen ik knallende ruzie met mijn uitgever kreeg was die stap dus snel gezet. We hadden al vaker een onderneming gehad, en mijn vrouw, boekhouder, was toevallig ‘in between jobs’. De eerste adverteerders had ik natuurlijk al in de pocket, de bedrijven die me hadden gevraagd waarom er geen blad was voor winkelinrichters.
Het waren andere tijden, er was nog geen internet. We werden gebeld door bedrijven die vroegen of ze in Interieurbouw mochten adverteren, dat kun je je nu totaal niet meer voorstellen. Mijn vaste antwoord was dan ‘Nee, dat moet je niet doen, ik zal eerst eens een stuk over je schrijven, dan spreken we elkaar weer als het blad verschenen is’. Waarop ze prompt na verschijnen van het blad hun klanten gingen afbellen (ik herhaal: er was nog geen internet!) om te vragen of ze ’t gezien hadden. Dan konden wij niet meer stuk natuurlijk. We waren de eerste en de enige in de markt.”

Je refereert zelf al aan internet, dat toen langzaam zijn intrede deed. Hoe kijk je nu aan tegen de verhouding tussen online en het papieren blad en waar liggen de mogelijkheden?

“Interieurbouw verschijnt nog steeds bewust op vrijdag. Daarvoor is indertijd gekozen met de gedachte dat de lezer dan het aantrekkelijk uitziende tijdschrift mee naar huis zou nemen om het op zaterdagavond als de rest van de familie naar de televisiequiz zat te kijken door te nemen. De leesportefeuille was de concurrent die we opzochten. Nu merken we op die zaterdagavond een piek van online bezoeken. Verder blijken mensen tegenwoordig veel minder te lezen door dat geblader op het web, het is veel meer praatje-plaatje geworden. Daarom zijn de artikelen in Interieurbouw korter geworden. Maar het kan verkeren: ik zat in die begintijd eens op een studentenkamer in Eindhoven met wat jongens te praten die zich met het opkomende internet bezighielden. Ik maakte ze onder meer wegwijs in de reclame en de grafische vormgeving die ook online broodnodig is, maar had zelf als ondernemer geen belangstelling mee te doen. Die jongens verkochten een paar jaar later hun succesvolle zoekprogramma Ilse voor heel veel geld.”


Aan het ‘werk’ tijdens een persdag bij Bosch.

Wat vind je het fascinerende aan interieurbouw als vakgebied?

“De interieurbouwer heeft een heel breed bereik, zowel op het gebied van creativiteit als op het ambachtelijke vlak. In alle gevallen is het resultaat van kennis en kunde natuurlijk per definitie heel erg zichtbaar. Überhaupt is er niks mooier dan met een vakman praten over zijn vak, daarvoor ben ik vakbladredacteur geworden, maar bij interieurbouwers is dat ook nog eens heel divers. De één staat graag de hele dag achter een CNC-machine terwijl de ander liever zit te tekenen. Maar wat ze uiteindelijk maken is altijd heel mooi.

Op welke manier (en) heb je dit mooie vakgebied in die 23 jaar als hoofdredacteur zien veranderen?

“De toepassing van andere materialen dan houtachtigen is flink toegenomen. Denk aan de compact HPL’s maar ook solid surfaces en acrylaten. Dat stelde andere technische eisen, maar was voor velen ook juist daarom een uitdaging. Ten tweede is de interieurbouwer veranderd. Waar hij destijds bij de inrichting van een winkel braaf de toonbank en de displays kwam plaatsen, trok hij van lieverlee ook de vloer en de verlichting naar zich toe en/of bemoeide zich in een vroegere fase met het ontwerp. De interieurbouwer werd een steeds completere en bredere winkel- en kantoorinrichter. Dat heeft ook met zelfbewustzijn te maken: de interieurbouwer staat steviger in zijn schoenen. Drieëntwintig jaar geleden werkten interieurbouwers nauwelijks voor particulieren, dat was eng en lastig. Maar tijdens de kredietcrisis van 2008 stonden er op de parkeerterreinen van de Ikea’s interieurbouwers hun diensten aan te bieden aan mensen die hun aanhangers vollaadden met Zweedse roulette.”

Heeft het blad een rol gespeeld in de manier waarop het vakgebied zich heeft ontwikkeld?

“Ik weet niet of we daadwerkelijk een rol hebben gespeeld, ik hoop natuurlijk van wel. We hebben in elk geval zeker het eerste decennium heel bewust in nauwe samenwerking met de brancheorganisaties en scholen de onderwerpen uitgekozen die in een bepaalde richting leiden. Op zeker moment waren er mbo-opleidingen die het blad gebruikten als lesmateriaal, en het kwam ook wel voor dat interieurbouwers ons belden om meer informatie over materialen en technieken. Er was nog geen internet…”

Ben je bang voor het zwarte gat?

“Ik heb langzaam afgebouwd en ben al vóór COVID-19 meer thuis gaan werken. Bovendien ben ik niet meteen helemaal weg, ik blijf een aantal zaken uitvoeren zolang ik het leuk vind. Maar niet meer dagelijks van 9 tot 5. Zodoende blijf ik ook beschikbaar voor advies. Daarnaast ben ik recent van het Brabantse Budel naar Frankrijk verhuisd. Ik heb nu alle tijd om de mooie omgeving hier eens grondig te verkennen en de taal onder de knie te krijgen. Ook zijn er ideeën om me op de een of andere manier te gaan bemoeien met de diverse groepjes Nederlanders in Frankrijk. Sommige van die websites kunnen best een redacteur gebruiken, heb ik het idee.”
Ralf Pijnenburg

Het interview met Sam Sanders is ook te lezen in Interieurbouw 7_2020